Een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de EU bevestigt dat Audi op kan treden tegen grilles met een uitsparing voor het Audi-logo. De zaak laat zien hoe merkbescherming werkt en waar de grenzen liggen voor het gebruik van merktekens op reserveonderdelen.
De automotive markt kent een levendige handel in accessoires en reparatie-onderdelen voor voertuigen. Een populair product in deze markt zijn grilles voor auto’s, waarbij sommige fabrikanten uitsparingen in de vorm van de beeldmerken maken, waarna de originele beeldmerken eenvoudig erin kunnen worden gezet.
In deze zaak verkocht GQ autogrilles met een uitsparing precies in de vorm van de Audi-ringen. Audi, houder van het beeldmerk voor de ringen, startte een juridische procedure om deze grilles van de markt te weren.
Audi in het gelijk gesteld
Het Hof van Justitie van de Europese Unie deed op 25 januari 2024 uitspraak in deze kwestie en stelde Audi in het gelijk.
De kern van de zaak draaide om de vraag of het aanbrengen van een uitsparing in de vorm van een beeldmerk een inbreuk op het merkenrecht vormt.
Het Hof oordeelde dat, omdat een dergelijke uitsparing heel erg lijkt op het beeldmerk, deze wel degelijk als gebruik van het merk in het economisch verkeer kan worden gezien, wat afbreuk kan doen aan de functies van het merk. Hierdoor mag Audi optreden tegen de verkoop van deze grilles.
Discussie over de reikwijdte van de bescherming
De uitspraak roept gemengde reacties op. Sommigen vinden het een vergaande beperking voor de after-market industrie en wijzen erop dat consumenten hun voertuigen vrij moeten kunnen aanpassen.
Anderen benadrukken dat Audi jarenlang heeft geïnvesteerd in de bekendheid van het merk en het logo, en dat derden daar niet zomaar commercieel van mogen profiteren.
Een alternatieve oplossing, zoals een neutrale uitsparing waarin verschillende logo’s kunnen worden geklikt, zou juridisch minder risicovol zijn. Toch blijft de aantrekkelijkheid van merkspecifieke ontwerpen groot, wat deze uitspraak relevant maakt voor de markt.
De bredere implicaties voor merkbescherming
Wanneer grote bedrijven juridische stappen ondernemen tegen kleinere partijen, lijkt het soms dat ze hen onnodig hard aanpakken. Toch is merkhandhaving essentieel: als bedrijven niet optreden, kunnen soortgelijke producten zich vermenigvuldigen en de bescherming van hun merkenrechten verzwakken.
Wat bovendien speelt is bescherming van de consument – die vaak keuzes maakt aan de hand van een merk. In eenvoudige termen: als de consument een product met Audi-beeldmerk koopt, gaat hij er ook van uit dat het product onder de hoede van Audi wordt aangeboden en dus van Audi-kwaliteit is.
Tegelijkertijd werpt dit optreden een ander thema op: de balans tussen merkenrecht en consumentenbelang. Merkhouders willen hun investering beschermen – begrijpelijk. Maar als die bescherming te ruim wordt toegepast, kan dat ten koste gaan van keuzevrijheid en concurrentie, met gevolgen voor prijs, innovatie en beschikbaarheid voor de consument. Plat gezegd: de consument zoekt Audi-kwaliteit, maar ook een zo laag mogelijke prijs.
De uiteindelijke afweging ligt bij de rechter: is de handhaving nodig, of gaat het te ver en belemmert het eerlijke marktwerking?
Risico’s bij reserveonderdelen
Voor bedrijven die aftermarket-producten verkopen, suggereert deze zaak dat merkgebruik in accessoires en reserveonderdelen juridische risico’s met zich mee kan brengen. Merkhouders kunnen en zullen optreden tegen ontwerpen die in hun ogen afbreuk doen aan hun merk.
Los van dit alles, is ook sprake van aparte (nationale) regelgeving voor auto-onderdelen. Voor producenten van dergelijke onderdelen is het cruciaal om vooraf juridisch advies in te winnen. Ontwerpen zonder specifieke merktekens of met aanpasbare bevestigingssystemen kunnen een manier zijn om conflicten te vermijden.
Conclusie: een zorgvuldige balans tussen bescherming en marktwerking
Deze uitspraak benadrukt hoe belangrijk het is voor merken om hun intellectuele eigendom te beschermen. Tegelijkertijd toont het de uitdagingen voor bedrijven in de aftermarket-industrie, waar productaanpassingen soms balanceren op de grens van merkinbreuk.
Een effectieve merkstrategie vereist een zorgvuldige afweging. Bedrijven die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, doen er goed aan om hun juridische positie vroegtijdig te analyseren en een doordachte strategie te hanteren om risico’s te beperken. Bij vragen: Call Good Law!
TOEVOEGING, december 2024
November 2024 is een wijziging doorgevoerd in de Europese modellenverordening met betrekking tot reparatie-onderdelen, de zogenoemde reparatieclausule.
Deze clausule vormt een uitzondering op het modelrecht voor componenten van complexe producten (zoals auto’s) die gebruikt worden voor reparatiedoeleinden. Concreet betekent dit dat er geen modelbescherming geldt voor onderdelen die worden geproduceerd en verkocht met als doel een complex product in zijn oorspronkelijke staat te herstellen.