Graag bespreek ik de zaak tussen EWAC en Curium c.s. omdat deze onderstreept hoe essentieel duidelijke afspraken zijn over geheimhouding en forumkeuze, vooral bij meerdere overeenkomsten.
EWAC sprak Curium c.s. aan wegens het onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen en een schending van de geheimhoudingsovereenkomst. De rechtbank Amsterdam oordeelde niet alleen over de bevoegdheid, maar ook over de geldigheid van meerdere overeenkomsten, met grote gevolgen voor de hoofdzaak.
Good Law bespreekt regelmatig zaken die de interpretatie van contracten en juridische afspraken verder aanscherpen. In dit geval draait het om de vraag welke overeenkomst leidend is bij geschillen over bedrijfsgeheimen en geheimhouding.
De uitspraak van de rechtbank Amsterdam laat zien hoe belangrijk het is om duidelijke afspraken te maken over bevoegdheids- en geheimhoudingsbedingen, vooral als er meerdere overeenkomsten in het spel zijn.
Bevoegdheid van de rechtbank
Op basis van artikel 108 Rv oordeelde de rechtbank Amsterdam dat zij op grond van zowel de MCA als de MNDCA bevoegd was om kennis te nemen van het geschil tussen EWAC, Curium en ECN. Hoewel dit kon leiden tot een opsplitsing van de vordering, achtte de rechtbank zich bevoegd om omwille van doelmatigheid en de samenhang tussen de vorderingen de gehele zaak te behandelen.
Waarom dit vonnis relevant is
De uitspraak was bijzonder vanwege de drie opeenvolgende overeenkomsten waarop het geschil was gebaseerd. Elke overeenkomst betrof andere informatie en wees een andere bevoegde rechter aan.
De vraag in het bevoegdheidsincident ging impliciet al over de hoofdzaak: zette de jongste overeenkomst de oudere overeenkomsten opzij, inclusief de daarin vastgelegde bevoegdheids- en geheimhoudingsbedingen? De rechtbank oordeelde dat alle overeenkomsten, inclusief het forumkeuzebeding en de geheimhoudingsverplichting, geldig waren en naast elkaar bleven bestaan.
Impact van de uitspraak
De beslissing over de bevoegdheid en de geldigheid van het forumkeuzebeding had grote gevolgen voor de uitkomst van de hoofdzaak. Als de oudere overeenkomsten ongeldig waren verklaard, zou ook de geheimhoudingsverplichting op grond van die overeenkomsten vervallen. Door te beslissen dat alle overeenkomsten naast elkaar geldig bleven, werd de geheimhoudingsverplichting versterkt.
Lees hier meer over de uitspraak.