Wij zijn geen vaste voorstanders van arbitrage. In de meeste zaken is de overheidsrechter sneller, goedkoper en beter voorspelbaar, en houd u de mogelijkheid van hoger beroep. Maar zodra uw contractspartner in China zit, draaien deze argumenten om.
Een Nederlands vonnis is in China vaak een papieren overwinning
Tussen Nederland en China bestaat geen verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van civiele vonnissen. Ook het Haags Vonnissenverdrag 2019, waarbij de Europese Unie partij is, geldt niet voor China. Wint u dus bij de rechtbank in Nederland een zaak tegen een Chinese partij, dan heeft u met dat vonnis in Shanghai of Shenzhen weinig in de hand — tenzij de Chinese rechter tot tenuitvoerlegging bereid is op grond van reciprociteit. Deze route is de laatste jaren ruimer geworden: onder richtlijnen van het Chinese Hooggerechtshof en het gewijzigde Chinese Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (in werking getreden per 1 januari 2024). Bij deze richtlijnen wordt uitgegaan van wettelijke — in plaats van louter feitelijke — reciprociteit. Niettemin blijft deze rechterlijke route onzeker, tijdrovend en bepaald geen gelopen race.
Bij arbitrage werkt het wél: het Verdrag van New York
China is sinds 1987 partij bij het Verdrag van New York (1958) over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen. Een arbitraal vonnis uit Nederland is in China dus in beginsel uitvoerbaar; de Chinese rechter kan erkenning slechts weigeren op de beperkte gronden van artikel V. Daar komt een praktisch pluspunt bij: een Chinese rechtbank die een buitenlands arbitraal vonnis wil weigeren, moet dat voornemen eerst ter goedkeuring voorleggen aan het Hooggerechtshof in Beijing via een zogenaamd “rapportagesysteem”. Die interne rem verklaart mede waarom arbitrale vonnissen in China in de praktijk een merkbaar betere slagingskans hebben op het tenuitvoerleggen daarvan dan buitenlandse rechterlijke uitspraken.
Kortom: precies het bezwaar dat ons normaal terughoudend maakt over arbitrage — u geeft de gang naar de overheidsrechter op — weegt hier niet of veel minder mee. Die overheidsrechter levert u in China immers weinig op.
Nederlands recht kan gewoon blijven staan
Het toepasselijke recht en het forum zijn twee afzonderlijke keuzes. U kunt Nederlands recht dus prima handhaven en dat combineren met arbitrage; het scheidsgerecht past dan Nederlands recht toe. Let er wel op dat het Weens Koopverdrag (CISG) bij internationale koop van roerende zaken automatisch deel uitmaakt van dat Nederlandse recht — zowel Nederland als China is partij. Wilt u dat niet, sluit het dan uitdrukkelijk uit.
Waar u op moet letten in de clausule in overeenkomsten met Chinese partijen
- Noem een arbitrage-instituut. Ad-hoc arbitrage wordt in China traditioneel niet erkend. Kies bijvoorbeeld NAI, ICC, HKIAC of SIAC en neem de modelclausule van dat instituut over.
- Leg de zetel van arbitrage vast, plus de taal van de procedure en het aantal arbiters.
- Overweeg Hongkong als zetel. Op grond van een aparte regeling tussen Hongkong en het Chinese vasteland (2019) kunt u van daaruit in het vasteland voorlopige maatregelen en beslag verkrijgen ter ondersteuning van de arbitrage — een mogelijkheid die bij een Nederlandse zetel ontbreekt.
- Wees consistent. Een contract dat op de ene plaats de Nederlandse rechter aanwijst en elders arbitrage, is een uitnodiging tot een bevoegdheidsdebat van een jaar.
- Denk vooruit over verhaal. Waar zitten de activa? Ook een goed uitvoerbaar arbitraal vonnis helpt niet als er niets te executeren valt.
Tot slot
Een doordachte geschillenclausule kost een half uur bij het sluiten van het contract en scheelt jaren als het misgaat. Twijfelt u over de rechtskeuze en geschillenregeling in uw lopende contracten met Chinese partijen? Wij kijken er graag naar.
Meer weten over contractuele bescherming? Bekijk onze verbintenissenrecht-expertise.


