Faillissementen zijn vaak een hard gelag voor ondernemers, maar wat gebeurt er in zo’n situatie met intellectuele eigendomsrechten? Dit artikel verkent de impact van faillissement op IE-rechten en de verantwoordelijkheden van de curator.
Op 21 januari 2021 werd in Nederland een avondklok aangekondigd. De coronamaatregelen werden aangescherpt, en de extra kosten voor de overheid liepen op tot 7,6 miljard euro, volgens minister Hoekstra. Toch konden veel ondernemers niet voorkomen dat ze hun betalingsverplichtingen niet meer na konden komen. Voor sommigen betekende dit het einde van hun levenswerk. Maar wat gebeurt er in zo’n situatie met hun intellectuele eigendomsrechten?
IE-rechten: een uniek vermogensrecht
In het Nederlands recht vallen IE-rechten niet onder eigendom zoals fysieke objecten dat wel doen. Ze worden gezien als vermogensrechten volgens artikel 3:6 BW. Dit maakt ze bijzonder, omdat de wet oorspronkelijk is geschreven voor klassieke rechten zoals vorderingen. Het gevolg: het toepassen van deze regels op IE-rechten is vaak lastig.
Er is al lang sprake van een nieuw deel in het Burgerlijk Wetboek, Boek 9, om dit gat te dichten. Dit boek zou specifiek aandacht besteden aan IE-rechten, ook binnen faillissement. Tot op heden is dit plan echter niet uitgevoerd. Daardoor zijn we voor duidelijkheid over IE-rechten tijdens faillissement aangewezen op jurisprudentie.
De positie van IE-rechten in faillissement
In beginsel blijven IE-rechten in stand bij faillissement en blijven ze eigendom van de failliet. De curator kan deze rechten verkopen om schuldeisers te betalen. Bij licenties wordt het echter complexer.
Een licentieovereenkomst blijft doorgaans bestaan, tenzij in het contract expliciet is afgesproken dat deze bij faillissement vervalt. De curator moet de afspraken nakomen, zoals het betalen van een licentievergoeding. Aan de kant van de licentiegever wil de curator echter vaak onder verplichtingen uitkomen. De vraag is: mag dat zomaar?
Jurisprudentie over licenties en faillissement
De Hoge Raad heeft meerdere keren uitspraak gedaan over deze vraag. In het Nebula-arrest (2006) werd bepaald dat een curator actief mag wanpresteren bij duurovereenkomsten, waaronder licentieovereenkomsten. Dit betekent dat een curator verplichtingen kan stopzetten. Later werd dit genuanceerd. In het Berzona-arrest (2014) oordeelde de Hoge Raad dat een licentieovereenkomst tijdens faillissement niet beëindigd mag worden. Ook mag de licentienemer niet worden gehinderd in het gebruik van de IE-rechten.
In 2018 ging de Hoge Raad zelfs een stap verder in het Curatoren/Verhuurder-arrest. Als de curator verplichtingen uit een licentieovereenkomst negeert, kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Dit betekent dat een curator zeer zorgvuldig moet omgaan met bestaande licentieovereenkomsten.
Conclusie, volgens Good Law: zorgvuldigheid is cruciaal
IE-rechten blijven ook tijdens faillissement een complex en gevoelig onderwerp. Licentieovereenkomsten moeten worden gerespecteerd, en curatoren die zich hier niet aan houden, riskeren schadeclaims. Hoewel er steeds meer jurisprudentie is die richting geeft, blijft dit een uitdagend gebied. De langverwachte invoering van Boek 9 BW zou voor meer duidelijkheid kunnen zorgen. Tot die tijd is het belangrijk voor curatoren en licentienemers om hun rechten en verplichtingen goed in kaart te brengen.